Stressopbouw: hoe doen we dat?
Het leven is wat het is. Er zijn dagen, momenten van gelukzaligheid,
er zijn momenten van neutraal voelen,
niets bijzonders, en er zijn dagen van onaangename belevenissen,
momenten van chaos of dat alle pech zich bundelt in 1 week.
Wat doen we vaak?
We beredeneren, rationaliseren, analyseren een ervaring.
Dat is ons ooit geleerd. We overtuigen onszelf vanuit
het denken met allerlei zinnen als: 'Andere mensen hebben nog meer miserie dan ik',
'Mijn buurvrouw maakt veel mee'.
'Ik heb alles om gelukkig te zijn, een huis, kinderen, een partner, werk, echt alles'. enzovoort.
Zo vermijden we om bij ons gevoel hierover te komen en stoppen we
het in onze rugzak of stoomketel.
Wat zich als een gevoel duidelijk maakt, denken we zo vlug mogelijk weer weg:
ketel open, voelen erin en weg voelen.
Is dit voelen weg? Neen, het komt steeds terug aan de oppervlakte, steeds
erger, groter. Dat doen we met veel ervaringen waar we niet mee geconfronteerd
willen worden: weg ermee. De automatische piloot helpt ons dit systeem te
onderhouden.
Er is geen falen.
Er is ervaren op de weg.
Er is groeien.
Er is struikelen, vallen en weer opstaan.
Er is enkel onderweg zijn.
Samen ademen.
Wegdenkmechanisme
Hierbij gebruiken we ons denksysteem.
Hierbij vermijden we het voelen van de emotie van pijn. verdriet, jaloezie, ...
wat er ook is.
Hierbij vermijden we het voelen van de fysieke gewaarwordingen die hiermee gelinkt zijn.
Het is nu weggeredeneerd, we zetten onze vicieuze cirkel van automatische
piloot weer in doe-modus en het leven gaat onopgemerkt verder.
Dus in wezen hebben we met de opkomende informatie niet echt iets gedaan, we hebben het gewoon weggeduwd. Zo gaan we steeds verder en al die momenten waarnaar we vermijden te kijken, blijven ergens in ons sluimeren.
Wat gebeurt er dan in ons?
Omdat we er niet helemaal in durven te gaan, niet emotioneel durven te voelen
wegens te pijnlijk, te confronterend, niet fysiek durven te voelen wegens te moe, te veel fysieke ongemakken, gaan we gewoon verder.
De stoomketel vult zich door de jaren heen. Tot op een dag de ketel vol zit en het ventiel eraf schiet. Een massa emoties, fysieke ongemakken, denkpatronen komen ineens naar buiten.
Het hoogtepunt van stress laat zich op alle vlakken voelen, het laagtepunt in
levenskwaliteit is bereikt. Ons lichaam toont ons nu ineens dat het op is, ons
'weggedenk' komt nu nog veel heviger op de voorgrond, er is geen rust meer in
ons hoofd. Piekeren en pijn kan je leven gaan beheersen.
Gedachten komen automatisch.
Die komen en gaan.
Gedachten zijn geen feiten.
Wij zijn onze gedachten niet.
|
|